“Hij kan niet meer schieten, dus het is geen vuurwapen meer.”

Het klinkt logisch.

En precies daar begint het probleem.

Wie zich beroepsmatig bezighoudt met de Wet wapens en munitie weet dat de technische werkelijkheid en de juridische werkelijkheid niet altijd netjes naast elkaar lopen. Een vuurwapen dat feitelijk niet meer functioneert, is juridisch niet automatisch een vrij voorwerp.

Sterker nog: bij onklaar gemaakte vuurwapens kunnen details over wanneer, waar en volgens welke voorschriften een wapen onklaar is gemaakt doorslaggevend zijn.

Welkom in de wereld waar een stuk staal niet alleen wordt beoordeeld op wat het kan, maar ook op wat het volgens de regelgeving is.

Kapot is niet hetzelfde als onklaar gemaakt

Om te beginnen moet onderscheid worden gemaakt tussen een vuurwapen dat niet functioneert en een vuurwapen dat volgens de daarvoor geldende voorschriften is gedeactiveerd.

Een defect vuurwapen kan technisch gezien volstrekt onbruikbaar zijn.

Een ontbrekend onderdeel, ernstige corrosie, een mechanisch defect of decennia achterstallig onderhoud kan ervoor zorgen dat er geen schot mee gelost kan worden.

Maar daarmee verandert de juridische status niet vanzelf.

Dat is op zichzelf ook begrijpelijk. Een defect is immers iets anders dan een gecontroleerde en permanente deactivering.

Anders zou de juridische status van een vuurwapen afhankelijk kunnen worden van de vraag of de eigenaar toevallig nog een passend onderdeel in een la heeft liggen.

Zo werkt het dus niet.

Dan maken we hem toch gewoon onklaar?

Ook dat is tegenwoordig iets ingewikkelder dan een lasapparaat uit de kast trekken.

Binnen de Europese Unie gelden gemeenschappelijke regels voor de deactivering van vuurwapens. Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2403, later gewijzigd door Uitvoeringsverordening (EU) 2018/337, stelt eisen aan de wijze waarop vuurwapens permanent onbruikbaar worden gemaakt.

Het uitgangspunt daarvan is duidelijk: de essentiële onderdelen moeten zodanig zijn gedeactiveerd dat het vuurwapen permanent onbruikbaar is overeenkomstig de daarvoor vastgestelde technische specificaties.

Daar blijft het niet bij.

Een correct gedeactiveerd vuurwapen wordt gecontroleerd door een bevoegde instantie. In Nederland is daarvoor een Controlerende Autoriteit ingericht. Na een correcte deactivering en controle worden de relevante onderdelen voorzien van voorgeschreven markeringen en hoort bij het wapen een certificaat.

Dat certificaat is geen aardig extraatje voor in de ordner.

Het maakt onderdeel uit van het systeem waarmee kan worden vastgesteld dat het betreffende wapen volgens de geldende voorschriften is gedeactiveerd.

De stempels vertellen een verhaal

En daarmee komen we op een onderdeel dat in de praktijk bijzonder interessant is: markeringen.

Wie regelmatig historische vuurwapens onderzoekt, weet dat een wapen soms bijna een paspoort van staal is.

Fabrikantsmarkeringen, serienummers, militaire acceptatiestempels, proefbankmerken, importmarkeringen en later aangebrachte deactiveringsmarkeringen kunnen gezamenlijk veel vertellen over de geschiedenis en juridische positie van een object.

Maar alleen wanneer je weet waarnaar je kijkt.

Een stempel is namelijk geen magische juridische QR-code.

Een markering moet worden beoordeeld in samenhang met het wapen, de periode waarin zij is aangebracht, het land van herkomst, eventuele documentatie en de regelgeving die op dat moment gold.

En daar wordt het interessant.

Oude deactivering, nieuwe regels

Vuurwapens worden al veel langer onklaar gemaakt dan de huidige Europese voorschriften bestaan.

In verzamelingen duiken daarom wapens op die tientallen jaren geleden volgens toen geldende nationale regels zijn gedeactiveerd. Daarnaast kunnen wapens afkomstig zijn uit andere Europese landen, voorzien zijn van oudere keurmerken of onder een ander juridisch regime zijn behandeld.

Aan de buitenkant kunnen twee exemplaren van hetzelfde type vuurwapen daardoor vrijwel identiek ogen.

Juridisch kan hun positie toch verschillen.

Dat is precies waarom uitspraken als “hij is dichtgelast, dus hij is vrij” gevaarlijk kort door de bocht zijn.

De slijptol kent de WWM namelijk niet.

Het bouwjaar kan eveneens belangrijk zijn

Bij historische wapens komt daar nog een extra dimensie bij.

Nederlandse wapenwetgeving kent uitzonderingen voor bepaalde oude wapens. Daarbij kunnen onder meer het type wapen, het ontstekingssysteem, de ouderdom en andere technische kenmerken relevant zijn.

Dat betekent dat een correcte identificatie soms rechtstreeks gevolgen heeft voor de juridische beoordeling.

Is het daadwerkelijk het model waarvoor het wordt aangezien?

Uit welke periode dateert dit specifieke exemplaar?

Zijn onderdelen oorspronkelijk?

Is het wapen later gewijzigd?

Komen serienummers en markeringen overeen met wat op grond van de productiedatum verwacht mag worden?

Een jaartal dat ergens op internet bij een vergelijkbaar exemplaar staat, is daarbij doorgaans geen overtuigend technisch onderzoek.

Een vergelijkbaar exemplaar op internet is een aanwijzing. Geen identificatie.

Onderdelen maken het nog leuker

Alsof het complete vuurwapen nog niet genoeg mogelijkheden voor discussie biedt, kent de regelgeving ook een zelfstandige betekenis toe aan bepaalde essentiële onderdelen.

Bij de huidige Europese deactiveringsvoorschriften is dat nadrukkelijk meegenomen. De voorgeschreven deactivering en markering beperkt zich daarom niet simpelweg tot “het wapen” als één object.

Voor een technische beoordeling betekent dit dat niet alleen naar het geheel moet worden gekeken.

Welke onderdelen zijn aanwezig? Welke daarvan zijn gereguleerd? Zijn ze oorspronkelijk? Zijn voorgeschreven bewerkingen uitgevoerd? Welke markeringen zijn daarop aanwezig?

Dat zijn geen semantische details.

Ze kunnen het verschil bepalen tussen een decoratief of verzamelwaardig object dat rechtmatig kan worden gehouden en een voorwerp waarop de wapenwetgeving onverminderd van toepassing is.

Eerst techniek, dan juridisch oordeel

Daarmee komen we bij een breder probleem binnen de wapenwetgeving.

Een juridische beoordeling kan alleen goed zijn wanneer de technische feiten waarop die beoordeling is gebaseerd kloppen.

Dat klinkt als een open deur.

Toch gaat het daar verrassend vaak mis.

Een jurist kan uitstekend vaststellen welke juridische gevolgen horen bij een bepaald type vuurwapen. Maar wanneer het onderzochte object technisch verkeerd wordt geïdentificeerd, is de juridische redenering die daarop volgt misschien prachtig – en alsnog waardeloos.

Hetzelfde geldt andersom.

Jarenlange ervaring met vuurwapens maakt iemand niet automatisch deskundig in de toepassing van de Wet wapens en munitie.

Wapentechniek en wapenrecht moeten bij elkaar komen.

Juist op het snijvlak daarvan ontstaan de interessante – en soms kostbare – vraagstukken.

“De verkoper zei dat het mocht”

Een bijzondere categorie juridisch bewijsmateriaal verdient ten slotte nog aandacht:

de advertentietekst.

“Vrij te bezitten.”

“Volledig legaal.”

“Officieel onklaar.”

“Geen vergunning nodig.”

Het staat soms met bewonderenswaardig zelfvertrouwen op Marktplaats, een beurs of buitenlandse verkoopsite.

Helaas kent de Wet wapens en munitie geen uitzondering voor een stellige advertentietekst.

Wie een historisch of gedeactiveerd vuurwapen koopt, doet er daarom verstandig aan de juridische status vooraf vast te stellen. Zeker bij buitenlandse aankopen, oudere deactiveringen, ontbrekende documentatie of twijfelachtige markeringen.

Een aantrekkelijke aankoop kan anders vrij snel veranderen in een buitengewoon interessant juridisch dossier.

Alleen meestal niet het soort interessante dossier waarop de koper zat te wachten.

Kijk naar het voorwerp én naar zijn geschiedenis

De vraag “kan dit wapen nog schieten?” kan technisch relevant zijn.

Maar juridisch is het zelden de enige vraag.

Bij de beoordeling van een historisch, defect of gedeactiveerd vuurwapen moet het complete plaatje worden bekeken: technische constructie, ouderdom, onderdelen, aangebrachte wijzigingen, markeringen, documentatie, herkomst en de regelgeving waaronder eerdere handelingen hebben plaatsgevonden.

Daarom is onklaar niet hetzelfde als ongereguleerd.

En daarom kan een juridische beoordeling van een vuurwapen niet uitsluitend achter een bureau plaatsvinden.

Soms moet je gewoon weten waar je naar kijkt.


Vuwatech combineert wapentechnische kennis met kennis van de Wet wapens en munitie. Wij ondersteunen onder meer bij technisch onderzoek, identificatie en juridische vraagstukken rond vuurwapens, munitie en historische objecten.